Verslag van de EAO Athene 2011

Dit jaar werd het EAO congres in Athene gehouden wat door de recente Eurocrisis en de stakingen aldaar een bijzonder tintje aan het evenement gaf.

Geen openbaar vervoer, soms geen taxi maar wel veel politie

Op het EAO is de gehele industrie aanwezig en wordt de concurrent bekeken, elkaar de hand geschud, uitgebreid vergadert, gedineerd, tandartsen gefêteerd en redelijk decadente feesten georganiseerd (met de eeuwige vraag wie een kaartje voor het Dentsply feest heeft).

Congres centrum, in een van de sjiekere wijken

Naast dit alles is er natuurlijk ook het congres, waarvan de inhoud van wisselende kwaliteit was. Soms wordt zulke uitgebreide chirurgie getoond dat het geen raakvlakken heeft met de algemene praktijk of worden reeds bekende uitkomsten gepresenteerd (zoals in het geval van de overkappingsprothese waar in Nederland al uitstekend onderzoek naar is gedaan).

Interessant was de lezing van Sjoerd Smeekens op zaterdag en op zondag luisterde ik naar  een lezing met de verbijsterende conclusie dat implantaten i.c.m. GBR een grotere kans op peri-implantitis hadden. Het resorberen van de botopbouw is het begin van een diepe pocket en de diagnose peri-implantitis. Helaas leidt een dergelijk defect rondom een implantaat vaak ook tot een proces met een progressief verloop.

De lezing die mij het meest bijgebleven is die van prof. Hugo de Bruyn (Universiteit van Gent).

Prof Hugo de Bruyn, immediate placements

We kennen allemaal de lezingen van congressen waar de fraaiste casuïstiek rondom immediate placements wordt getoond. In de praktijk kies je toch de patiënten uit waarbij je een dergelijke behandeling uitvoert. Het leek mij altijd onwaarschijnlijk dat bij het standaard toepassen van deze techniek de behandeling net zo succesvol of gecontroleerd uitgevoerd kon worden. Daarnaast ontstaan er situaties waarin het implantaat wel osseointegreert maar begint met diepere pockets dan ontstaan zou zijn indien conventioneel was behandeld.

Begrijp me niet verkeerd dat ik het immediaat plaatsen van implantaten afkeur, in tegendeel maar het is goed om je bewust te zijn van de mogelijke risico’s.

Uit de lezing van prof de Bruyn kwamen de volgende zaken naar voren:

  • immediaat geplaatste implantaten hebben volgens de literatuur een iets hogere kans op mislukking en complicaties. Indien deze ook direct belast worden kan de failure rate oplopen tot 10%. In zijn eigen onderzoek kwam dit verschil niet significant naar voren, maar was er wel een tendens zichtbaar.
  • uit de literatuur is er mogelijk een aanwijzing dat de esthetiek bij immediate placements iets beter is. Uit zijn eigen onderzoek bleek er echter geen verschil te zijn tussen direct plaatsen en conventioneel behandelen.
  • uit zijn eigen onderzoek bleken de patiënten behandeld volgens het immediate protocol iets ontevredener te zijn dan degenen die conventioneel waren behandeld. Volgens prof. De Bruyn waarschijnlijk omdat zij nooit de tand hebben gemist en de inspanningen die nodig zijn om weer een vaste tand te creëren mogelijk minder op waarde schatten.

Mogelijke nadelen bij het immdiaat plaatsen van implantaten

Verandering van de processus alveloaris na extractie

De processus alveolaris verandert behoorlijk na extractie van een element. Let op dat er geen bewijs is dat het plaatsen van een implantaat iets aan dit resorptie proces verbetert. Plaats daarom het implantaat zeker 2mm linguaal van de buccale lamel en ook enigszins subcrestaal.

Gaps groter dan 2mm zeker opvullen

De al oude controverse of de ‘gap’ tussen het implantaat en de wanden van de alveole wel of niet moeten worden opgevuld. Indien het gat groter dan 2mm is dan moet dit zeker, maar mijn advies is eigenlijk dit altijd te doen. Ik vul de alveole al met (langzaam resorberende) korrels voordat het implantaat wordt geplaatst en na het plaatsen condenseer ik na. Uit onderzoek blijkt dat socket augmentatie gedeeltelijk de resorptie tegen gaat en indien ik direct een implantaat plaats wil zeker dit ‘effect’ gebruiken. Chen (dit jaar nog spreker bij de NVOI masterclass) en Tarnow adviseren het gebruik van langzaam resorberende botsubstituten en ik sluit me daar zeker bij aan.

Cochrane meta-analyse uit 2007. Verschillen komen naar voren

Cochrane meta analyse uit 2010

Conclusie's Cochrane meta analyse 2010

http://summaries.cochrane.org/CD005968/interventions-for-replacing-missing-teeth-dental-implants-in-fresh-extraction-sockets-immediate-immediate-delayed-and-delayed-implants

Authors’ conclusions: 

There is insufficient evidence to determine possible advantages or disadvantages of immediate, immediate-delayed or delayed implants, therefore these preliminary conclusions are based on few underpowered trials often judged to be at high risk of bias. There is a suggestion that immediate and immediate-delayed implants may be at higher risks of implant failures and complications than delayed implants on the other hand the aesthetic outcome might be better when placing implants just after teeth extraction. There is not enough reliable evidence supporting or refuting the need for augmentation procedures at immediate implants placed in fresh extraction sockets or whether any of the augmentation techniques is superior to the others.

Ook in het onderzoek van de prof. de Bruyn een hogere failure rate voor immediate plaatsing (alhoewel niet significant)

De Quality Of Life score blijft bij de conventioneel behandelde patienten doorstijgen

Conclusie's van het onderzoek van prof .de Bruyn

single implant treatment in the anterior maxilla: 1-year results of a case series on hard and soft tissue response and aesthetics

Raes F, Cosyn J, Crommelinck E, Coessens P, De Bruyn H. Immediate and conventional single implant treatment in the anterior maxilla: 1-year results of a case series on hard and soft tissue response and aesthetics. J Clin Periodontol 2011; 38: 385–394. doi: 10.1111/j.1600-051X.2010.01687.x

Abstract

Aim: The main objective of this clinical study was to document midfacial soft tissue dynamics following single immediate implant treatment (IIT) and conventional implant treatment (CIT) in the anterior maxilla when performed by experienced clinicians in well-selected patients.

Material and Methods: Appropriate bone volume and ideal soft tissue levels were considered requirements for implant therapy. Additional prerequisites for IIT were intact socket walls and a thick gingival biotype. CIT included standard flap elevation whereas IIT was either performed with a flap or flapless procedure. All implants were provisionally restored using cemented acrylic crowns. Bone levels, papillae and midfacial soft tissue levels were monitored at regular intervals. The aesthetic outcome was assessed after 1 year using the pink aesthetic score (PES) and white aesthetic score (WES).

Results: Sixteen patients (10 men, six women; mean age 45) received an immediate implant and 23 patients (12 men, 11 women; mean age 40) had conventional implant surgery. One immediate implant failed in the early healing phase. The mean bone level from the implant–abutment interface was 0.85 mm for IIT and 0.65 mm for CIT after 1 year (p 5 0.144). Mesial papillae remained stable over time. Minute loss of distal papillae occurred following IIT ( 0.38 mm) and a tendency for re-growth was found following CIT (0.60 mm). Midfacial soft tissues remained stable over time following IIT with only 7% showing advanced recession (41 mm). Flapless surgery induced less midfacial recession than flap surgery (p 5 0.023). Significant midfacial recession occurred following CIT ( 1 mm). Overall, 24% were aesthetic failures (PESo8 and/ or WESo6) and 8% showed an (almost) perfect outcome (PESX12 and WESX9). The remainder (68%) demonstrated acceptable aesthetics.

Conclusions: Immediate implants demonstrated fairly stable midfacial soft tissue levels with only a minority of cases showing advanced recession. Irrespective of the timing of implant placement, aesthetic failures seem to be rather common and only a strict minority may show perfection.

Dit bericht werd geplaatst in Handig om te weten. Bookmark de permalink .

Een reactie op Verslag van de EAO Athene 2011

  1. Onze ‘huisimplantoloog’ heeft ook altijd zo zijn bezwaren tegen immediate loading gehad. Alleen voor de overkapping met een staaf ziet hij echte merites. Om de ongeduldige verwijzer wat tegemoet te komen plaatst hij Astra implantaten die je na 2 maanden kunt belasten. Of 3 maanden in de bovenkaak.
    Mooi verslag, Jan Willem.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s